Alles wat je moet weten over systemisch werken

Je hoort het zo vaak: doe dit of dat, volg stappenplan 1-10 of na methode abc dan ben je waar je wilt zijn. Het is verleidelijk om te denken dat het volgen van alle regels, de succesverhalen die je online om de oren vliegen en het kopiëren bijbehorend gedrag de route en verklaring voor succes is. Maar, niets is minder waar. Steeds meer wordt duidelijk hoe alles met elkaar verbonden is. Alles precies zo doen als die ander brengt geen succes. Alles ‘goed’ doen is geen garantie op een gelukkig leven. Systemisch werken gaat over de verbindingen die we hebben met ons verleden en ons heden. Het gaat om de mensen die er waren en de mensen die er zijn. Door dat te leren zien, te erkennen én te verbinden, is succes ook voor jou mogelijk.

WAT IS SYSTEMISCH WERKEN?

Systemisch Werken geeft je inzicht in jouw plek in een systeem.

Systemisch werken ziet ieder mens als onderdeel van een systeem. Een aantal voorbeelden van systemen waar wij mensen onderdeel van zijn:

  • Een gezin vormt een systeem.
  • Een familie vormt een systeem.
  • Een schoolklas vormt een systeem.
  • Een sportteam vormt een systeem.
  • Een team in een organisatie vormt een systeem.
  • Net zoals de stad en het land waar je woont.

Jij hebt invloed op al deze systemen. Maar andersom geldt ook dat deze systemen invloed hebben op jou. Met systemisch werken ontdek je welke patronen jouw leven beïnvloeden én krijg je inzicht in hoe jij onbewust de patronen en dynamieken herhaalt uit je gezin van herkomst: het eerste systeem waar je ooit onderdeel van was.

Ieder systeem heeft z’n eigen (ongeschreven) regels. Bij de één gaat er anders aan toe dan bij de ander. Bij vrienden thuis, gaat het er anders aan toe dan bij jouw thuis. Dat weet je en voel je op het moment dat je de drempel over stapt. Als je wisselt van team binnen dezelfde organisatie of als je een andere baan krijgt, je weet meteen: hier gaat het anders.

De Duitse psychotherapeut Bert Hellinger wordt gezien als de grondlegger van het systemisch werken.

WAAROM SYSTEMISCH WERKEN?

We hebben allemaal onze blinde vlekken, zelfs als we een ster zijn in het analyseren rationaliseren van onze patronen en gedrag. Met ons hoofd denken we te weten waarom we iets doen en waar dat vandaan komt. Toch blijft de vraag: waarom lukt het me dan toch niet om te veranderen?

De reden hiervoor zijn de (over het algemeen) onbewuste overtuigingen, gedragingen en patronen die we hebben meegenomen uit de systemen waarin we zijn opgegroeid. Deze onbewuste patronen kunnen je zowel versterken als verzwakken. Een voorbeeld: stel dat je als kind hebt geleerd om altijd maar ‘lief te zijn‘, ‘te luisteren‘, ‘niets te willen of te vragen‘, dan is de kans aanwezig dat je als volwassene juist datgene overneemt wat je wilde vermijden. Je vermijdt het bijvoorbeeld om je grenzen aan te geven of je uit te spreken, waardoor je juist frustratie van anderen aantrekt.

Patronen uit de systemen waarin je bent opgegroeid herhalen zich in de nieuwe systemen waar je als volwassene in terechtkomt. Denk aan je relaties of op het werk. Systemisch werken helpt je deze onbewuste patronen zichtbaar en daarmee hanteerbaar te maken.

Met systemisch werken bekijk je alles vanuit het systeem in plaats vanuit het individu. Met systemisch werken onderzoek je wat het met jou doet en heeft gedaan als het systeem niet in balans is.

DE EFFECTEN VAN SYSTEMISCH WERKEN

Systemisch werken gaat over posities in het systeem. En het gaat daarmee ook over de plek die jij in het systeem inneemt.

Het effect van systemisch werken is niet dat je ontdekt

  • hoe je moet handelen
  • wat je moet doen of
  • wat jouw waarden zijn.

NEE.

Het effect van systemisch werken is dat

  • je bewust wordt van de invloed van het systeem op je leven.
  • je patronen doorbreekt doordat de verstrikkingen waar je onbewust in terecht bent gekomen worden ontward.
  • je de kans krijgt om jouw eigen plek in het systeem te claimen

Hierdoor is het overall effect van systemisch werken dat je méér en beter in staat bent jouw leven te leiden op jouw voorwaarden.

DE 3 UNIVERSELE PRINCIPES VAN SYSTEMISCH WERKEN

Hellinger begeleidde duizenden familieopstelingen. Daardoor ontdekte hij bepaalde patronen, dynamieken en principes in systemen.
Hij ontdekte dat er drie universele principes zijn (ook door sommigen wetmatigheden genoemd) die gelden voor ieder systeem. Worden deze principes niet gerespecteerd, dan ontstaat er onrust in het systeem.

De drie universele principes van systemisch werken zijn

  1. BINDING: alles en iedereen heeft recht op een plek.
  2. Ook wel het recht en de plicht om bij het systeem te horen genoemd. Dit betekent dat iedereen recht heeft op een eigen plek in het systeem. Dit betekent ook dat iedereen de plicht heeft om zijn plek in te nemen. Als dit niet gebeurt, dan blokkeert het systeem. Met iedereen wordt ook die broer bedoeld die zich ‘afkeert’ van het gezin, de zus die ‘gekke’ trekjes heeft, de gescheiden partner, nieuwe partner(s), miskramen, overleden familieleden, familieleden met wie gebroken is en zo verder. Met iedereen wordt dus ook echt iedereen bedoeld.

  3. ORDENING: wie of wat eerst komt, gaat voor op wie of wat later komt
  4. Ieder systeem heeft een natuurlijke / hiërarchische ordening, namelijk: Wie of wat eerst komt, gaat voor op wie of wat daarna komt. Als de ordening niet klopt of niet wordt gerespecteerd dan ontstaat er onrust in het systeem.

    Er zijn twee soorten ordening:
    – 1. Verticale ordening: Wie of wat eerst komt, gaat voor op wie of wat daarna komt.
    In familiesystemen zijn grootouders en ouders dat wat voor jou komt. Vervolgens heb je kinderen en kleinkinderen. Dat is wat na jou komt.
    In organisatiesystemen gaat dit over de de oprichter, directie, management, werknemer.
    – 2. Horizontale ordening: dit gaat over alles wat naast jou staat.
    Broers, zussen, partner(s) en ex-partner(s) in het familiesysteem collega’s met dezelfde functie/positie in organisatiesystemen

  5. BALANS: geven en nemen moet in balans zijn.
  6. Een systeem bestaat uit een veld van onderlinge relaties en relaties bestaan op hun beurt uit een uitwisseling van geven en nemen. Wat je geeft, moet in balans zijn met wat je neemt. (overigens: in systemisch werken, wordt over ‘nemen’ gesproken omdat dit eigen verantwoordelijkheid vergt. Iets krijgen/iets ontvangen is passief. Iets nemen vergt kracht.

    Je herkent vast wel een moment dat iemand jou iets geeft waardoor er een een licht schuldgevoel ontstaat. Vervolgens probeer jij de ander weer iets terug te geven. Bij een gezonde balans is er uitwisseling in geven en nemen.

    Door of te veel te geven of te veel te nemen, ontstaat er een verstoring in de balans. Daarom moet er ergens een balans zijn tussen die twee.

ER IS 1 UITZONDERING OP DEZE REGEL, NAMELIJK:
De balans in geven en nemen tussen ouders en kinderen. Ouders geven aan hun kinderen en kinderen nemen van hun ouders. Kinderen hoeven dat wat ze krijgen niet in gelijke mate terug te geven aan de ouders. Dat kan ook niet, want ouders hebben ‘het leven’ aan hun kinderen gegeven, en het is onmogelijk om dat in balans terug te geven.

WAT ZIJN SYSTEMISCHE VERSTRIKKINGEN?

Als niet wordt voldaan aan één of meerdere van de systemische principes, raakt het systeem uit balans en ontstaat er verwarring. Binnen Systemisch Werken wordt dit ook wel ‘verstrikkingen’ genoemd. Verstrikkingen ontstaan op het moment dat een onbewust gevoelens en gedragingen overneemt die bij een ander horen doordat iemand bijv. is uitgesloten uit het systeem. Het gevolg is dat je als volwassene niet helemaal vrij bent je eigen leven te leiden.

Een verstrikking zorgt voor disbalans in het familiesysteem. Wordt iemand buitengesloten, dan wordt diegene van z’n plek uit het systeem gezet.
Daardoor komt er een plek vrij die door iemand anders ingevuld wordt. In deze situatie zijn er twee universele principes die niet gerespecteerd worden, namelijk dat iedereen recht heeft op een eigen plek en dat er een ordening is in het systeem.

Meestal ben je je niet bewust van je verstrikkingen, terwijl ze zich veelvuldig in het dagelijkse leven laten zien in de diverse contexten en systemen waarin je je beweegt. Er zijn verschillende verstrikkingen, namelijk:

  • Parentificatie
  • Triangulatie
  • Dubbelbeeld
  • Identificatie

Vier veelvoorkomende verstrikkingen in systemen

  1. Parentificatie
    Parentificatie wordt ook wel ‘overdreven loyaliteit’ genoemd. Je neemt een taak op je die te groot voor je plek en verantwoordelijkheid binnen het systeem. Een kind houdt zoveel van zijn ouders, dat hij bijvoorbeeld de pijn die een ouder heeft niet kan verdragen en daarom voor zijn ouders gaat zorgen. Dit is het geval als een kind gaat dragen of zorgen voor de ouder(-s) tijdens bijvoorbeeld een langdurige ziekte, een groot verlies of een scheiding. Een kind wordt dan de ouder van zijn ouder en kan geen kind meer zijn. Het gevolg van deze dynamiek is dat het kind gewend raakt aan het hebben van een te groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dit zal zich ook uiten als volwassene in de andere systemen. Door een te groot verantwoordelijkheidsgevoel in werk, het niet kunnen omgaan met hiërarchie of door het niet aan kunnen stellen van grenzen. Bij parentificatie is het principe van ‘ordening’ verstoord, net als de balans van geven en nemen.
  2. Triangulatie
    Triangulatie, ook wel ‘gespleten loyaliteit’ genoemd, is een driehoeksverhouding. Deze driehoeksverhouding ontstaat als een kind gaat proberen om de relatie van de ouders in stand te houden. Een van de meest voorkomende situatie is als ouders een conflict hebben of zijn gescheiden en het kind wordt geacht om samen te spannen tegen de andere ouder. Of als het kind boodschappen moet doorgeven van de één aan de ander of probeert te bemiddelen tijdens ruzies. Deze verstrikking zorgt ervoor dat het kind tussen de ouders in komt te staan. Een ander voorbeeld van triangulatie is de moeder die graag vriendinnen wil zijn met haar dochter. Dit maakt dat een kind (onbewust) geen kind meer kan zijn. Het principe van ordening wordt niet gerespecteerd in deze voorbeelden.
    Als volwassene ontstaan er moeilijkheden op je werk als een medewerker taken gaat oppakken die niet in zijn takenpakket horen of een medewerker die gaat bemiddelen in een conflict tussen collega’s terwijl hij daar niets mee te maken heeft.
  3. Identificatie
    Hierbij is iemand loyaal aan iets of iemand die is buitengesloten of dreigt te worden buitengesloten. Het doel van identificatie is om de persoon of situatie die verloren is gegaan weer in beeld te brengen. Het systeem wil namelijk compleet zijn en blijven. Identificatie is vaak zo sterk dat iemand voelt, denkt en doet zoals de ander, en niet meer zijn eigen leven leeft. Dit kan ook een transgenerationeel proces zijn.
  4. Dubbelbeeld
    Bij een dubbelbeeld wordt de persoon uit het ene (deel van het) systeem verward met iemand uit een ander deel of een ander systeem. Je zou het ook projectie kunnen noemen. In het boek Systemisch coachen van Jan Jacob Stam en Bibi Schreuder, wordt dubbelbeeld beschreven als: ’twee films die over elkaar zijn geschoven: je kijkt naar een medewerkster en, onbewust, je gedraagt je alsof zij je dochter is. De familiefilm is dan tussen jou en de organisatie-film geschoven.’In werksituaties komt het veel voor dat medewerkers iets van hun manager willen. Onbewust projecteert de medewerker zijn familiefilm op de leidinggevende die daarin zijn vader of moeder is. Dit kan ook in relaties gebeuren. De ene partner (of allebei) plaatsen hun vader of moeder achter hun partner. Een dubbelbeeld is overigens heel normaal. We maken allemaal deel uit van verschillende systemen en soms projecteren we het ene systeem op het andere systeem. Dubbelbeelden zijn daarom niet goed of slecht. Soms versterken ze een situatie, soms werken ze belemmerend.

WAAROM EEN SYSTEMISCHE OPSTELLINGEN DOEN?

Dit is waar een opstelling komt kijken. De hierboven genoemde verstrikkingen kun je met een opstelling zichtbaar maken. Daardoor kun je de verstrikking in je familiesysteem zien. Dit helpt je vervolgens weer om deze verstrikkingen te ontwarren en je eigen gedrag beter te begrijpen. Een systemische opstelling is een zeer effectieve manier om inzicht te krijgen in wat er onbewust en onzichtbaar speelt in jouw familie of organisatie.

Tijdens (familie)opstellingen wordt niet gezocht naar problemen of oplossingen. Er zijn geen oordelen en er wordt niet gekeken naar goed of fout. Het idee (uitgangspunt) is dat je je juist volledig openstelt voor alles wat er op dat moment gebeurt zonder dit in een bepaalde richting te duwen.

Deze manier van kijken wordt ook wel ‘fenomenologisch waarnemen’ genoemd: dit is een manier kijken (of waarnemen) die vraagt om een specifieke houding waarbij je werkt met wat er komt, met dat wat gezien kan en wil worden.

Tijdens een opstelling kijk ik behalve naar jou, ook naar het hele systeem. Vanwege je bloedband ben je namelijk onlosmakelijk verbonden met je familiesysteem van herkomst. Daaruit kunnen patronen zijn ontstaan, die je belemmeren in je dagelijkse leven. De patronen die zich in het familiesysteem voordoen, blijven zich herhalen. Als je goed op je eigen plek staat, kun je makkelijker je leven leiden op jouw voorwaarden.

Als je klaar bent om je patronen te doorbreken: LET’S TALK!